Philip Creveld

Mijn opa Philip Creveld was grossier in kalveren. Hij werkte op het Utrechtse abattoir. Hij was een liefhebbende vader van twee dochters. Eén van die dochters was mijn moeder.

Mijn moeder, inmiddels overleden, bewaarde heel goede herinneringen aan haar vader. Ze heeft mij wel eens verteld dat hij in de zomer soms een rijtuigje huurde en dan reed het gezin door Utrecht. Ze woonden destijds op de Amsterdamse Straatweg tegenover het Julianapark.
Toen hij in juli 1942 een oproep kreeg voor tewerkstelling in Duitsland besloot hij daaraan gevolg te geven. Zijn vrouw en dochters drongen er bij hem op aan het niet te doen maar hij was bang voor de onderduik.

Hij kwam niet terug. Mijn oma en haar twee dochters, waaronder mijn moeder, doken onder en overleefden de oorlog.

Phili Bollegraaf

Meer verhalen en foto's

Jenny Epstein-Loewenthal

joodsmonument.nl“Jenny Epstein-Loewenthal stierf op 9 december 1942 op 73-jarige leeftijd in kamp Westerbork. Zij is op 11 december 1942 op de joodse begraafplaats in Assen begraven.

Lees verder...

Judith Cohen-Engelsman

Judith Engelsman huwde in augustus 1942. Ze probeerde samen met haar man en Salomon Benjamin Cohen te vluchten naar Engeland.

Lees verder...

Mietje Creveld-Levie

Riet de Leeuw van Weenen-van der Hoek, Een Kille in de Mediene. Joods leven in Zuidland (Zuidland 1994) p 167-170: “Andries Creveld, zoon van Emanuel Creveld en Sara Godlieb, trouwde op 24 juli 1929 te Zuidland met Mietje, dochter van Eliazar Levie en Betje Hartog. Voor haar huwelijk werkte Mietje Levie met haar zuster Judith als naaister op een atelier in Rotterdam. Zij reisden iedere dag met het trammetje van Zuidland naar Rotterdam. Andries Creveld en Mietje Levie hadden elkaar leren kennen via een huwelijksadvertentie. Op 24 mei 1931 werd een dochter geboren, Betje Sara, met als roepnaam Beppie.

Lees verder...

Siegfried Bodenheimer

Dr. Bodenheimer was op bijzondere wijze verbonden met het economische leven van de stad Mannheim en al vroegtijdig was zijn naam bekend in brede lagen van de bevolking van Mannheim. Hij beschikte over buitengewone kennis van handelsrechtelijke vragen en hij was uitzonderlijk begaafd om onenigheden op economisch gebied bij te leggen. Door deze eigenschappen werd hem al in 1913 als ‘Landgerichtsrat’ het voorzitterschap van een afdeling van de rechtbank voor handelszaken toevertrouwd.

Lees verder...